Op 30 april 2013, tijdens Koninginnenacht in Den Haag, heeft verdachte samen met anderen openlijk geweld gepleegd tegen twee jongens, waarbij zij werden geslagen en geschopt. Een van de aangevers liep onder meer een hersenschudding, een loszittende tand en hoofdwonden op.
De rechtbank heeft op 15 augustus 2013 het onderzoek ter terechtzitting gehouden en op basis van verklaringen van aangevers, getuigen, camerabeelden en medische rapporten vastgesteld dat verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan de geweldpleging. Verdachte heeft met kracht geslagen en de aangever bij de armen vastgepakt terwijl deze op de grond lag.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts één op één vocht en niet wist van andere betrokkenen, maar dit werd verworpen. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging en het letsel heeft veroorzaakt.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 116 dagen jeugddetentie, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan gedragsvoorschriften van Bureau Jeugdzorg. Een vordering van een benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en behoort tot de burgerlijke rechter.