ECLI:NL:RBDHA:2013:14078
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij bijstandsuitkering en maatschappelijke opvang voor minderjarige
Verzoekster, wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter, heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte en later de intrekking van een bijstandsuitkering toegekend aan haar dochter. De voorzieningenrechter overweegt dat de toegekende bijstandsuitkering volgens de norm voor alleenstaanden van 18 tot en met 20 jaar voldoende is afgestemd op de behoeften van de minderjarige.
Daarnaast is vastgesteld dat de opvang van verzoekster en haar kinderen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt geregeld, waarmee het risico dat zij het grondgebied van de Unie verlaten om in hun levensonderhoud te voorzien, wordt weggenomen. Het beroep op het arrest Ruiz Zambrano en de norm voor een alleenstaande ouder wordt niet gehonoreerd.
De voorzieningenrechter schorst het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering en beveelt de hervatting van de betaling met onmiddellijke ingang. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Verbeek op 22 maart 2013 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst en de betaling wordt hervat, terwijl de hoogte van de uitkering passend wordt geacht.