ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7769
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering aan niet-rechtmatig verblijvende moeder ondanks EU-burgerschap kind
Eiseres, een moeder zonder rechtmatig verblijf in Nederland, en haar twee minderjarige dochters, waarvan één de Nederlandse nationaliteit bezit, vroegen een bijstandsuitkering aan op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). Verweerder wees de aanvragen af omdat eiseres en haar oudste dochter niet als Nederlander konden worden gelijkgesteld en daardoor niet in aanmerking kwamen voor een uitkering, ook niet op grond van zeer dringende redenen.
Eiseres voerde aan dat zij als alleenstaande ouder recht had op een uitkering volgens de norm voor alleenstaande ouders, mede gesteund op artikel 8 en Pro 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het arrest Ruiz Zambrano van het Hof van Justitie van de EU, dat bescherming biedt aan EU-burgers en hun familieleden.
De rechtbank oordeelde dat de Wwb geen uitkering toekent aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf en dat het beroep op het EVRM en het arrest Ruiz Zambrano niet tot een andere uitkomst leidt. De positieve verplichting tot hulpverlening rust volgens de rechtbank op het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en/of gemeenten via de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op een bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard omdat zij en haar oudste dochter geen rechtmatig verblijf hebben en daardoor geen aanspraak maken op bijstand onder de Wwb.