Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2013 in de zaak tussen
[X], wonende te [Z], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst /[P], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 27.689 en een premie-inkomen van € 22.507;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.179, te betalen aan eiser;
- draagt verweerder op het griffierecht van € 44 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
- de bewijslast ter zake van de vaststelling van de premieplicht rust op verweerder;
- uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 februari 2000, nr. C-202/97 (Fitzwilliam) volgt dat Nederland is gebonden aan de E101-verklaring;
- de premieplicht is op grond van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van rijnvarenden (Verdrag Rijnvarenden) niet aan Nederland toegewezen, omdat de in Luxemburg gevestigde [E] de exploitant van het schip is; verweerder gaat ten onrechte voorbij aan het aan [E] afgegeven “certificat d’exploitant”;
- er is geen sprake van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit en verweerder heeft gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.