Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
- het vrijwel onbewolkt, heiig en droog was;
- het zicht slecht was c.q. ongeveer 1500 meter bedroeg;
- de temperatuur op waarnemingshoogte en dicht bij het grondoppervlak respectievelijk
- er een zeer zwakke wind stond uit noordelijke richting;
- als gevolg van sterke afkoeling in de nacht zich plaatselijk mist kon vormen.”