Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 november 2013 in de zaken tussen
Hoogheemraadschap van Delfland, gevestigd te Delft, eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Delfland, verweerder.
Procesverloop
Namens verweerder zijn verschenen [E] en [F], bijgestaan door [G], taxateur.
Overwegingen
1e de wettelijke bepalingen op grond waarvan bij bepaling van de waarde buiten aanmerking wordt gelaten de waarde van werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning (hierna: de uitzondering) juist heeft toegepast;
20 november 2012 afzonderlijk is beslist - voor zover hier relevant - op de bezwaren gericht tegen de WOZ-beschikkingen 2009, 2010 en 2011 en dat zij de uitspraak van 2 augustus 2012 aldus lezen dat daarin beslist is op het bezwaar van eiser en [H] gericht tegen de WOZ-beschikkingen 2008. De beroepen gericht tegen deze besluiten zijn op de zitting tegelijkertijd behandeld.
De rechtbank sluit zich aan bij dit eenparig standpunt van partijen (vergelijk Hoge Raad van 13 mei 2011, nr. 10/02400, ECLI:NL:HR:2011:BQ4267).
Vastgestelde waarde
14. Gelet op het vorenoverwogene dienen de beroepen gegrond te worden verklaard.
Beslissing
l;