ECLI:NL:RBDHA:2013:15616
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening en beroep tegen verlenging tijdelijk huisverbod wegens relatiegeweld
Op 1 oktober 2013 legde de burgemeester van Den Haag een tijdelijk huisverbod op aan verzoeker wegens ernstig gevaar voor de veiligheid van zijn partner en haar minderjarige dochter. Dit huisverbod werd op 11 oktober 2013 verlengd. Verzoeker stelde beroep in tegen beide besluiten en vroeg om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het eerste huisverbod terecht was opgelegd, omdat er voldoende feiten en omstandigheden waren die ernstig gevaar aannemelijk maakten. Het beroep tegen dit besluit werd daarom ongegrond verklaard. Ten aanzien van de verlenging oordeelde de rechtbank dat de dreiging van gevaar voortduurde en dat een verdere afkoelingsperiode noodzakelijk was, waardoor het huisverbod terecht werd verlengd.
Echter, na het verlengingsbesluit hadden verzoeker en zijn partner zich verzoend en afspraken gemaakt binnen hun netwerk om geweld te voorkomen. De rechtbank vond deze afspraken op zichzelf onvoldoende voor onmiddellijke opheffing van het huisverbod, mede vanwege eerdere overtredingen en het ontbreken van een netwerkgesprek met hulpverlening.
Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij de werking van het verlengde huisverbod werd geschorst onder de voorwaarde dat verzoeker en zijn partner uiterlijk 25 oktober 2013 een gesprek met hulpverlening zouden voeren om de afspraken te bespreken en veiligheid te waarborgen. Indien dit gesprek niet plaatsvond, zou het huisverbod onmiddellijk weer van kracht worden. Het beroep tegen de verlenging werd gegrond verklaard met behoud van rechtsgevolgen tot de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste huisverbod is ongegrond verklaard, het beroep tegen de verlenging is gegrond verklaard met schorsing van het huisverbod onder voorwaarden.