Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Voorzieningenrechter
Uitspraak
[verzoeker 1],
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Het procesverloop
De beoordeling
Volgens paragraaf B22/3.1 verleent verweerder een vergunning aan de vreemdeling die in het kader van de regeling als hoofdpersoon kan worden beschouwd:
www.raadvanstate.nl), met het IVRK niet beoogd is een uitbreiding te geven aan de verplichtingen die uit artikel 8 van Pro het EVRM voortvloeien. Derhalve wordt verwezen naar hetgeen hierna met betrekking tot die verdragsbepaling is overwogen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich, mede bezien in het licht van artikel 8 van Pro het EVRM, voldoende rekenschap gegeven van de belangen van verzoeker 2. Aangezien er geen objectieve belemmeringen zijn gebleken voor verzoeksters om terug te keren naar het land van herkomst, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het beroep op artikel 3 IVRK Pro niet kan slagen.