ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2164
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A. Dupain
- J.C.N.B. Kaal
- D.J. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging opvang en verzorging uitgeprocedeerde minderjarige kinderen
De moeder en haar drie minderjarige kinderen, allen uitgeprocedeerd als vluchteling, verbleven in een vrijheidsbeperkende locatie (vbl) Ter Apel. De Staat wilde hun verblijf beëindigen, waardoor zij zonder middelen van bestaan op straat zouden komen te staan. De voorzieningenrechter wees hun vorderingen af, maar het hof oordeelt anders ten aanzien van de kinderen.
De moeder weigerde mee te werken aan terugkeer naar Angola, waardoor haar verblijf rechtmatig kon worden beëindigd. Voor de kinderen geldt echter dat zij zeer jong zijn, deels in Nederland geboren en geworteld, en afhankelijk van verzorging en huisvesting. Het hof stelt dat de Staat een eigen zorgplicht heeft om te zorgen voor passende opvang en middelen zolang zij onder de rechtsmacht van de Staat vallen.
Het hof acht het onrechtmatig en inhumaan om de kinderen zonder adequate opvang en middelen op straat te zetten. De zaak wordt verwezen om de Staat in de gelegenheid te stellen concreet aan te geven welke maatregelen worden getroffen om in de verzorging, huisvesting en scholing van de kinderen te voorzien. Tot die tijd wordt de huidige opvang voortgezet en verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de Staat de kinderen niet zonder passende opvang en middelen mag verwijderen en verwijst de zaak voor nadere onderbouwing van maatregelen.