Uitspraak
voorzieningenrechter van de Rechtbank DEN Haag
de stichting ‘Bomenstichting’, te Utrecht, verzoekers onder 1
Rechtbank Den Haag
De gemeente Den Haag verleende een omgevingsvergunning voor het kappen van 196 bomen aan de Laan van Meerdervoort in verband met een herinrichtingsplan, inclusief de aanleg van 206 parkeerplaatsen in de middenberm. Verzoekers, waaronder de Bomenstichting en bewoners, maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende concrete, inzichtelijke en controleerbare gegevens had overgelegd om de noodzaak van de aanleg van de parkeerplaatsen en daarmee de kap van de bomen te onderbouwen. De belangenafweging door verweerder was onvoldoende gemotiveerd, met name ten aanzien van de parkeerbehoefte en de effecten op luchtkwaliteit en geluid.
Verder werd geoordeeld dat het onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde vleermuizen en vogels volgens de Flora- en faunawet adequaat was, en geen aanwijzingen voor een noodzakelijke verklaring van geen bedenkingen bestonden.
Gezien de onomkeerbaarheid van de bomenkap en de onvoldoende onderbouwing van de noodzaak, werd het primaire en het bestreden besluit geschorst totdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan verzoekers onder 1.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de vergunning voor het kappen van bomen in de middenberm wordt geschorst tot uitspraak op het beroep.