Uitspraak
VOORZIENINGENRECHTER VAN DE Rechtbank DEN Haag
Procesverloop
Overwegingen
- natuur-, educatieve en milieuwaarden;
- belevings- en gebruikswaarden.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, verenigd in het actiecomité ‘Laat de Laan de Laan’, hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van 196 bomen aan de Laan van Meerdervoort. De kap is bedoeld voor de aanleg van 206 parkeerplaatsen in de middenberm om de parkeerdruk in de Vruchtenbuurt te verminderen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de gemeente de parkeerdruk heeft berekend op 110%, wat hoger is dan het beleidsmaximum van 90%. Echter, de gemeente heeft 209 parkeerplaatsen aan de zeezijde buiten beschouwing gelaten met het argument dat deze bestemd zijn voor de Bloemenbuurt. Ter zitting bleek dat deze plaatsen voorlopig tot het parkeergebied van de Vruchtenbuurt behoren en bewoners van de Bloemenbuurt er geen vergunning voor krijgen. De gemeente kon niet concreet onderbouwen wanneer deze parkeerplaatsen voor de Bloemenbuurt beschikbaar komen.
De voorzieningenrechter concludeert dat de noodzaak voor de aanleg van de parkeerplaatsen in de middenberm onvoldoende is aangetoond en daarmee ook de noodzaak voor het kappen van de bomen. Daarom wordt het besluit tot kap van de bomen in de middenberm geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De kap van bomen voor de aanleg van fietspaden wordt niet geschorst. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.
Uitkomst: Het besluit tot kap van bomen in de middenberm wordt geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak voor extra parkeerplaatsen.