Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie/bewijsuitsluiting
4.Bewijsoverwegingen
- de schoenzoolsporen in en met vloeibaar bloed zijn gezet;
- de schoenzoolsporen zich bevonden rondom het slachtoffer, in de woonkamer nabij de hal en in de keuken;
- de schoenzoolsporen niet overeenkwamen met schoenprofielen van schoenen in de woning van het slachtoffer en van personen die bij het slachtoffer op de plaats delict zijn geweest;
- een aantal schoenzoolsporen zich bevonden
- alle aangetroffen schoenzoolsporen afkomstig waren van één paar schoenen, afgezien van één schoenzoolspoor dat afkomstig bleek te zijn van de pantoffel van het slachtoffer.
lijktte zijn voldaan aan de vereisten in het arrest van de Hoge Raad d.d. 27 januari 1998, NJ 1998, 404. De rechtbank heeft ook ambtshalve geen reden te twijfelen aan de deskundigheid van de betreffende onderzoekers.
daderspoor en er zijn ook sporen
onderhet lichaam van het slachtoffer aangetroffen – als de verklaring van verdachte dat zij eerst op donderdag 18 november 2010 voor het eerst hoorde dat haar buurvrouw was overleden.
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De strafoplegging
welbeschikbare medische verslagen, bestaande uit de drie consultbrieven, zoals hierboven aangehaald, dateren alle van (ruim)
nahet gepleegde strafbare feit.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
10 (TIEN) JAREN;