ECLI:NL:RBDHA:2013:18581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod voor staatloze vreemdeling op grond van artikel 1F Vreemdelingenverdrag
Eiser, die stelt staatloos te zijn maar volgens verweerder de Azerbeidzjaanse nationaliteit bezit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 april 2013 waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid en zijn verzoek om uitstel van vertrek op medische gronden zijn afgewezen. Tevens is een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
De rechtbank stelt vast dat de toepasselijkheid van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op eiser in rechte vaststaat en dat het tijdsverloop geen nieuw feit vormt om dit te herzien. Hoewel eiser heeft aangevoerd dat hij niet kan terugkeren naar Azerbeidzjan of een ander land, is onvoldoende gebleken dat terugkeer naar een derde land onmogelijk is. De medische situatie van eiser rechtvaardigt geen schending van artikel 3 EVRM Pro omdat hij recht heeft op noodzakelijke zorg in Nederland en bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat het inreisverbod terecht is opgelegd en dat het verzoek om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 om uitstel van vertrek terecht is afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.