ECLI:NL:RVS:2013:298
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen inreisverbod en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 9 februari 2012 een inreisverbod van twee jaar opgelegd aan de vreemdeling en hem opgedragen de EU onmiddellijk te verlaten. Op 28 maart 2012 werd dit inreisverbod vervangen door een nieuw inreisverbod van drie jaar en werd een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die deze beroepen ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat het tweede inreisverbod het eerste heeft ingetrokken, waardoor het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang. Ten aanzien van het tweede besluit wordt overwogen dat de vreemdeling geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning, omdat het inreisverbod met rechtsgevolgen geldt zolang het voortduurt en daarmee het rechtmatig verblijf uitsluit.
De Raad bevestigt dat het hoger beroep tegen beide besluiten niet-ontvankelijk is en dat de uitspraak van de rechtbank in zoverre wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het inreisverbod en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.