ECLI:NL:RBDHA:2013:19110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens beschikbaar buitenlands vestigingsalternatief voor Noord-Koreaanse asielzoeker
Eiseres, een Noord-Koreaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij geen reisdocumenten kon overleggen en haar relaas, waaronder haar bekering tot het christendom, onvoldoende geloofwaardig werd geacht. De rechtbank toetste het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en concludeerde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat eiseres niet voldeed aan de vereisten voor een verblijfsvergunning.
Daarnaast werd geoordeeld dat Zuid-Korea als buitenlands vestigingsalternatief geldt voor Noord-Koreanen, aangezien zij volgens de Zuid-Koreaanse grondwet als staatsburger worden beschouwd. De rechtbank vond dat de door verweerder aangevoerde rapporten voldoende feitelijke grondslag boden voor deze conclusie. Het betoog van eiseres dat haar toegang tot Zuid-Korea onvoldoende gewaarborgd is vanwege een veiligheidsonderzoek en de aanwezigheid van Noord-Koreaanse spionnen in Zuid-Korea, werd niet gegrond verklaard.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de positieve beslissingen in vergelijkbare zaken het gevolg waren van een ambtelijke fout. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat Zuid-Korea als buitenlands vestigingsalternatief geldt en haar asielrelaas onvoldoende geloofwaardig is.