ECLI:NL:RBDHA:2013:19626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsdocument en bewaring vreemdeling gehuwd met Unieburger
De vreemdeling, gehuwd met een Unieburger, verzocht om een verblijfsdocument en betwistte het terugkeer- en bewaringbesluit van de staatssecretaris. De rechtbank oordeelt dat het huwelijk niet rechtsgeldig kan worden vastgesteld omdat de huwelijksakte nog niet is gelegaliseerd en de vreemdeling zijn paspoort niet heeft overgelegd, waardoor rechtmatig verblijf niet kan worden aangetoond.
De rechtbank heropent het onderzoek en behandelt de beroepen gezamenlijk. De verzoeker heeft meerdere keren geprobeerd op frauduleuze wijze rechtmatig verblijf te verkrijgen en is veroordeeld voor het bezit van een vals paspoort. De rechtbank stelt dat de eisen voor het aantonen van het familierechtelijke verband niet in strijd zijn met het Unierecht en dat de legalisatie van de huwelijksakte een geëigend middel is.
De rechtbank concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af. Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard. Ten aanzien van de bewaring oordeelt de rechtbank dat er voldoende gronden zijn, waaronder onttrekkingsgevaar, en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot verblijfsdocument afgewezen, beroep tegen terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en beroep tegen bewaring ongegrond verklaard.