ECLI:NL:RVS:2010:BM5541
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatig verblijf en voortzetting vreemdelingenbewaring bij ontbrekend geldig paspoort
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij niet beschikte over een geldig paspoort, een vereiste voor rechtmatig verblijf als partner van een EU-burger volgens het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de slagingskans van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning niet ter toets stond en dat de minister de bewaring op goede gronden kon laten voortduren zolang de aanvraag niet was beslist. De Raad van State oordeelde dat de rechter in vreemdelingenzaken zelfstandig moet beoordelen of aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf is voldaan.
Omdat de vreemdeling zijn paspoort had verloren en geen geldig document kon overleggen, kon niet worden vastgesteld dat hij rechtmatig verbleef. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de voortzetting van de vreemdelingenbewaring bevestigd.