ECLI:NL:RBDHA:2013:19660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door verweerder op 30 januari 2013 is afgewezen. Eerder was een besluit van 9 juli 2012 afgewezen en ingetrokken, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaarde wegens niet tijdig beslissen. Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken, maar de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, dan wel binnen een week een nieuw voornemen uit te brengen met een daaropvolgend besluit. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van € 250 opgelegd, met een maximum van € 37.500.
Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd om te oordelen over de betaling van eerder opgelegde dwangsommen, verwijzend naar de burgerlijke rechter voor geschillen hierover. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 472. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen onder verbeurte van een dwangsom van € 250 per dag.