ECLI:NL:RBDHA:2013:19694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over zorgvuldigheid en aannemelijkheid gezinsband in nareisprocedure
Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende vrouw, verzocht om een machtiging tot verblijf in het kader van gezinshereniging met haar echtgenoot die reeds een verblijfsvergunning had. De aanvraag werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gezinsband, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen.
De rechtbank constateert dat bij het simultaangehoor geen beëdigde tolk is ingezet en dat de gebruikte tolk niet adequaat was, wat heeft geleid tot miscommunicatie. Tevens is eiseres niet conform de interne werkinstructies in de gelegenheid gesteld om op het verslag van het gehoor te reageren. Dit wordt als een schending van zorgvuldigheidsbeginselen beoordeeld.
De rechtbank stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde tegenstrijdigheden essentieel zouden zijn en concludeert dat het besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en niet zorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank heropent het onderzoek en stelt de minister in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de geconstateerde gebreken.
De rechtbank wijst erop dat eiseres haar zienswijze mag geven op het nieuwe besluit binnen een strikte termijn en houdt verdere beslissingen aan. Er wordt geen uitspraak gedaan over proceskosten en tegen deze tussenuitspraak staat geen zelfstandig hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en stelt de minister in de gelegenheid het besluit te herzien met inachtneming van geconstateerde gebreken.