ECLI:NL:RBDHA:2013:19704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing opheffing ongewenstverklaring aan EU openbare orde criterium bij kort verblijf
Eiser, van Servische nationaliteit en ongewenst verklaard sinds 2005, verzocht om opheffing van deze verklaring. Verweerder wees dit af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij vijf achtereenvolgende jaren buiten Nederland had verbleven en onvoldoende concreet had gemaakt dat hij naar Nederland wilde terugkeren.
De rechtbank oordeelde dat toetsing aan het openbare orde criterium van artikel 27 van Pro de Verblijfsrichtlijn ook geldt bij kort verblijf in Nederland, niet alleen bij vestiging. Dit volgt uit het arrest Commissie tegen Spanje (C-503/03). Verweerder had het verzoek daarom aan dit criterium moeten toetsen.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet voldoende was gehoord in de bezwaarfase, wat in strijd is met de artikelen 7:2 en 7:12 van de Awb. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder zes weken om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van EU-recht bij vreemdelingenzaken en het recht op hoor en wederhoor.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot nieuw besluit binnen zes weken.