ECLI:NL:RBDHA:2013:19713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag en inreisverbod
Eiser, erkend als vluchteling in 2001, kreeg zijn verblijfsvergunning ingetrokken vanwege het verstrekken van onjuiste gegevens en een veroordeling in Servië voor moord. Verweerder stelde dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, waardoor eiser een gevaar vormt voor de openbare orde en een inreisverbod van tien jaar werd opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking op grond van onjuiste gegevens terecht was, maar dat het bestreden besluit ten onrechte ook artikel 1F als grondslag gebruikte zonder een juiste procedure te volgen. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat eiser een eerlijk proces in Servië had gehad, maar achtte de verwijzing naar het strafvonnis wel voldoende.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen reëel risico is op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Servië, ondanks de PTSS-klachten van eiser en zijn vrees voor de staatsveiligheidsdienst. Het inreisverbod werd als proportioneel beoordeeld, mede gelet op de ernst van het misdrijf en de belangenafweging tussen openbare orde en familieleven.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het inreisverbod wordt bevestigd.