Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiseres 1],
[eiseres 2],
1.[gedaagde 1],
2.[gedaagde 2],
De verdere beoordeling
€ 200.000,- aan hen verschuldigd is wegens verbeurde dwangsommen op grond van het niet, althans niet behoorlijk en onvolledig voldoen door [gedaagde 1] aan de in het tussenvonnis van 9 mei 2012 aan [gedaagde 1] door de rechtbank gegeven twee bevelen. [gedaagde 1] heeft daar bij antwoordakte van 23 januari 2013 verweer tegen gevoerd.
beveelt [gedaagde 1] om op eerste verzoek zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk maar uiterlijk woensdag 12 september 2012 aan (de advocaat van) [eiseres 1] en [eiseres 2] inzage in en desgewenst afschrift van de tot de nalatenschap van hun vader behorende gehele financiële administratie te hebben verstrekt in dezelfde staat waarin die gehele administratie zich per heden 9 mei 2012 onder de accountant van [gedaagde 1] bevindt en met inachtneming van hetgeen de rechtbank overigens heeft bepaald in rov. 4.12, met bepaling dat [gedaagde 1] een dwangsom verbeurt van € 1.000,- voor iedere dag die hij na 12 september 2012 in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen, met een maximum dwangsom van in totaal € 100.000,-;
beveelt [gedaagde 1] om uiterlijk woensdag 12 september 2012 alsnog aan zijn mede-erfgenamen [eiseres 1] en [eiseres 2] naar behoren en onderbouwd met verifieerbare bewijsstukken rekening en verantwoording af te leggen over het door hem vanaf 11 maart 2007 gevoerde beheer over de nalatenschap van hun vader met inbegrip van een behoorlijke en verifieerbare boedelbeschrijving daarvan met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover nader heeft bepaald in de rovv. 4.5 en 4.7, met bepaling dat [gedaagde 1] een dwangsom verbeurt van € 1.000,- voor iedere dag die hij na 12 september 2012 in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen, met een maximum dwangsom van in totaal € 100.000,-;
“dat alle rekeningen uiteindelijk op nul zijn gezet”. In de woorden van de advocaat van [eiseres 1] en [eiseres 2] in haar nadere conclusie van 12 december 2012 betreft dit echter slechts een
“zogenaamde schoenendoos verantwoording van ongeordende bankafschriften vanaf de datum van overlijden en een aantal nota’s, maar daar zit geen behoorlijk overzicht bij, met uitsplitsing van de diverse inkomsten en uitgaven”, zodat [gedaagde 1] volgens haar wegens overtreding van het tweede bevel € 100.000,- aan maximum dwangsom heeft verbeurd. In de antwoordakte van [gedaagde 1] van 23 januari 2013 merkt zijn advocaat hierover op dat
“[gedaagde 1] met betrekking tot de rekening en verantwoording nogmaals verwijst naar de stukken die hij bij nadere conclusie na tussenvonnis (…) heeft overgelegd. Hierbij kan aangetekend worden dat [gedaagde 1] zelf geen accountant is en dat hij naar zijn beste vermogen alles heeft gekopieerd en gerangschikt. Als [eiseres 1] en [eiseres 2] de moeite nemen om alles goed door te nemen, krijgen zij een goed beeld van de administratie van erflater en de rekening en verantwoording. Uiteraard zijn [eiseres 1] en [eiseres 2] in de gelegenheid om verdere vragen te stellen en die zullen dan zonder meer worden beantwoord in geval er onduidelijkheden zijn. Die moeite hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] niet genomen. Zij hebben er blijkbaar voor gekozen hun kritiek te uiten (…). Naar het oordeel van [gedaagde 1] verbeurt hij dan ook niet de door de Rechtbank vastgestelde dwangsommen. Subsidiair verzoekt [gedaagde 1] aan uw Rechtbank om de dwangsommen zeer te matigen, zoals de Rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, nu hij zijn uiterste best gedaan heeft om alle informatie aan [eiseres 1] en [eiseres 2] te overhandigen.”
dat de rekeningen op nul zijn gesteld, kan zonder nadere toelichting - die ontbreekt - niet worden gekwalificeerd als voldoening aan het concrete bevel van de rechtbank aan [gedaagde 1] om op straffe van verbeurte van een dwangsom van maximaal € 100.000,-
alsnog aan zijn mede-erfgenamen [eiseres 1] en [eiseres 2] naar behoren en onderbouwd met verifieerbare bewijsstukken rekening en verantwoording af te leggen over het door hem vanaf 11 maart 2007 gevoerde beheer over de nalatenschap van hun vader met inbegrip van een behoorlijke en verifieerbare boedelbeschrijving daarvan met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover nader heeft bepaald in de rovv. 4.5 en 4.7.