ECLI:NL:RBDHA:2013:BY8017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- D.R. Glass
- M.E. Honée
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onrechtmatige invoering strafbepalingen dierenporno zonder compensatie
De zaak betreft vorderingen van twee besloten vennootschappen die stellen dat de Staat onrechtmatig handelt door de Wet van 4 maart 2010, die ontuchtige handelingen met dieren en dierenporno strafbaar stelt, zonder overgangsregeling of compensatie in te voeren. Zij menen dat hun economische belangen en eigendomsrechten hierdoor onevenredig worden geschaad.
De rechtbank stelt vast dat een van de vennootschappen ontbonden is maar toch ontvankelijk blijft in haar vorderingen. De kern van het geschil draait om de vraag of de Wet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat eigendomsrechten beschermt. De eiseressen betogen dat hun rechten op dierenpornografisch materiaal als eigendom moeten worden beschouwd en dat zij door de Wet onevenredig worden benadeeld.
De rechtbank oordeelt dat de bedrijfsvoering van één eiseres onvoldoende is toegelicht, waardoor haar vorderingen worden afgewezen op stelplicht. Daarnaast is onvoldoende aangetoond dat de schade door de Wet is veroorzaakt, mede gezien maatschappelijke ontwikkelingen en eerdere beperkingen in de branche. De rechtbank concludeert dat de Wet niet in strijd is met artikel 1 EP Pro, omdat er sprake is van een fair balance tussen algemeen belang en individuele rechten. De vorderingen worden afgewezen en de eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt de eiseressen in de proceskosten.