ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt gelijk wegens onvoldoende beoordeling risico genitale verminking dochter bij terugkeer naar Nigeria
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel mede namens haar minderjarige dochter, vanwege het risico op genitale verminking bij terugkeer naar Nigeria. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat de problemen in de privésfeer lagen en dat er geen reëel risico was voor de dochter. Tevens werd aangevoerd dat bescherming door Nigeriaanse autoriteiten mogelijk was en dat eiseres en haar dochter zich aan het risico konden onttrekken door zich elders te vestigen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte niet eerst had beoordeeld of de dochter een reëel risico liep op genitale verminking, zoals vereist volgens het beleid en artikel 3 EVRM Pro. Ook was de beoordeling over de mogelijkheid tot bescherming door de Nigeriaanse autoriteiten onvoldoende gemotiveerd, aangezien het ambtsbericht aangaf dat er geen effectieve bescherming wordt geboden. De stelling dat eiseres en haar dochter zich aan het risico konden onttrekken werd verworpen, omdat eiseres onweersproken had verklaard binnen haar eigen leefgemeenschap te wonen waar genitale verminking gebruikelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende beoordeling van het risico op genitale verminking en de bescherming door Nigeriaanse autoriteiten.