ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en zicht op uitzetting naar Somalië in vreemdelingenzaak
Eiser, een Somalische vreemdeling, werd op 8 januari 2013 in bewaring gesteld wegens het niet naleven van zijn vertrekplicht uit Nederland. Hij voerde aan dat hij zich niet aan het toezicht had onttrokken en dat er geen zicht was op uitzetting naar Somalië vanwege de onveilige situatie en het opgeschorte Memorandum of Understanding (MoU).
De rechtbank stelde vast dat de procedure tot bewaring rechtmatig was en dat eiser niet rechtmatig in Nederland verbleef. De gronden voor bewaring, zoals het gebruik van valse documenten en het niet beschikken over voldoende middelen, werden door de rechtbank als voldoende gegrond beschouwd.
Verweerder verwees naar een brief van 14 december 2012 waarin werd aangegeven dat de situatie in Somalië was verbeterd, waardoor de belemmeringen voor uitzetting waren weggenomen. De rechtbank concludeerde dat er zicht is op uitzetting, ook al hadden nog geen feitelijke uitzettingen plaatsgevonden.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat de maatregel in overeenstemming was met de geldende wet- en regelgeving.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.