ECLI:NL:RVS:2011:BU8618
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens aantoonbare terugkeerpogingen ondanks overschrijding vertrektermijn
De vreemdeling werd in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van geldige identiteitspapieren, het niet naleven van de vertrektermijn, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, onrechtmatig verblijf en het ontbreken van middelen van bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat hij weliswaar de vertrektermijn had overschreden, maar aantoonbaar bezig was met het realiseren van zijn terugkeer naar Guinee. Ter onderbouwing overlegde hij rapporten en correspondentie waaruit bleek dat hij meerdere pogingen had ondernomen om vervangende reisdocumenten te verkrijgen, onder meer via de Guinese ambassade en het Rode Kruis.
De Raad van State oordeelde dat het niet naleven van de vertrektermijn niet automatisch betekent dat de vreemdeling de terugkeer belemmert. Gezien de inspanningen van de vreemdeling om zijn terugkeer te realiseren, was er geen grond om de bewaring te handhaven. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de bewaring opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding toegekend aan de vreemdeling en werden proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven omdat de vreemdeling aantoonbaar meewerkt aan zijn terugkeer.