ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0297
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksualiteit en geen nieuw feit
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van zijn homoseksualiteit en het risico op vervolging bij terugkeer naar Irak. De rechtbank oordeelde dat de gestelde homoseksualiteit geen nieuw feit vormt omdat eiser dit reeds in de eerste procedure had kunnen aanvoeren.
De rechtbank toetste de geloofwaardigheid van de geaardheid van eiser aan de hand van zijn verklaringen en vond deze onvoldoende concreet en aannemelijk. Zo kon eiser geen adres of e-mailadres van zijn partner noemen en gaf hij geen concrete details over zijn seksuele contacten in Nederland.
De rechtbank overwoog dat het beleid inzake homoseksuelen uit Irak (WBV 2012/19) weliswaar erkent dat zij risico lopen op ernstige mensenrechtenschendingen, maar dat dit beleid niet afdoet aan het vereiste van geloofwaardigheid. Omdat eiser geen bijzondere feiten of omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen, werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van homoseksualiteit en geen nieuw feit.