ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0667
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvragen Algerijnse vreemdelingen wegens ontbreken nieuw feiten
Verzoekers, allen Algerijnse staatsburgers, dienden herhaalde aanvragen in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze werden afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die een andere beslissing rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de overgelegde documenten, waaronder een aangiftedocument over molestatie door een terroristische groepering, niet authentiek kunnen worden vastgesteld en daarom niet als nieuw feit gelden. Ook de stelling dat verzoekers vanwege hun liberale levensstijl en geloofsovertuiging niet veilig naar Algerije kunnen terugkeren, is onvoldoende onderbouwd.
Voor verzoeker sub 2 geldt een uitzondering: hij bracht een asielmotief naar voren dat specifiek op zijn persoon betrekking heeft, namelijk de vrees voor problemen bij het vervullen van de militaire dienstplicht vanwege gewetensbezwaren. Dit motief was niet inhoudelijk beoordeeld in eerdere procedures. Daarom wordt het beroep van verzoeker sub 2 gegrond verklaard en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De overige beroepen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker sub 2.
Uitkomst: De beroepen van verzoekers worden ongegrond verklaard behalve dat van verzoeker sub 2, waarvoor het besluit wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt opgedragen.