ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0997
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek medische zorg en detentie risico
Verzoekster, van Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen op grond van de Dublinverordening, waarbij Hongarije als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. Verzoekster stelde dat overdracht aan Hongarije een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert vanwege het risico op detentie zonder effectief rechtsmiddel en het ontbreken van adequate medische zorg, waaronder noodzakelijke nierdialyse.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet zonder nader onderzoek mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op de door verzoekster overgelegde rapporten van Pro Asyl, UNHCR en ECRE, die wijzen op problemen met detentie en medische zorg in Hongarije. Verweerder had onvoldoende onderzocht of verzoekster na overdracht voldoende medische zorg zou ontvangen en of zij daadwerkelijk niet zou worden gedetineerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek.