ECLI:NL:RVS:2013:961
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid lidstaat en medische zorg bij overdracht asielzoeker volgens Dublinverordening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 25 november 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat Hongarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De staatssecretaris had volgens de Afdeling het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht toegepast en voldoende onderzoek gedaan naar de medische hulpbehoefte van de vreemdeling bij overdracht aan Hongarije. De brief van de European Council on Refugees and Exiles bood geen aanleiding om aan te nemen dat de vreemdeling onvoldoende hulp zou krijgen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd bevestigd dat de overdracht aan Hongarije kan plaatsvinden met inachtneming van de medische behoeften van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.