ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1755
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring vreemdeling zonder redelijk vermoeden illegaal verblijf
De vreemdeling werd op 15 januari 2013 staandegehouden en vervolgens in bewaring gesteld door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank stelde vast dat het proces-verbaal onvoldoende concrete informatie bevatte over de omstandigheden en locatie van de staandehouding. Verweerder kon geen aanvullend proces-verbaal overleggen om de rechtmatigheid te onderbouwen.
De rechtbank concludeerde dat de staandehouding niet kon worden getoetst aan de bevoegdheden van de Luchtvaartwet en dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond voorafgaand aan de staandehouding. Hierdoor was de staandehouding onrechtmatig en daarmee ook de daarop gebaseerde bewaring.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de maatregel van bewaring op en kende een schadevergoeding toe van €1.385,-- voor 17 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van €944,-- aan verweerder opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Kerstens-Fockens op 1 februari 2013.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige staandehouding en bewaring.