ECLI:NL:RVS:2011:BP3266
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid staandehouding in kader Mobiel Toezicht Vreemdelingen
De vreemdeling werd op 27 november 2010 staandegehouden als passagier van een voertuig met Belgisch kenteken op de A67 nabij de Duits-Nederlandse grens, in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV). Hoewel het proces-verbaal vermeldde dat de controle was ingegeven door het rijgedrag van de bestuurder, blijkt uit het geheel dat de controle onderdeel was van het MTV, gericht op het tegengaan van illegale immigratie.
De vreemdeling stelde dat de staandehouding onrechtmatig was omdat het MTV in strijd is met artikelen 20 en 21 van de Schengengrenscode. De rechtbank had geoordeeld dat de staandehouding niet in het kader van het MTV had plaatsgevonden en dat de vreemdeling zich niet kon beroepen op het arrest van het Hof van Justitie. De Raad van State oordeelde echter dat de controle wel degelijk in het kader van het MTV plaatsvond en dat het MTV strijdig is met artikel 21 van Pro de Schengengrenscode.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De onrechtmatigheid van de staandehouding maakte de daaropvolgende inbewaringstelling onrechtmatig, omdat de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot de ernst van het gebrek. De bewaring was inmiddels opgeheven, maar de vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van 27 november 2010 tot 12 januari 2011. Tevens werden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond wegens onrechtmatige staandehouding in het kader van het MTV.