ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing omzetbelasting wegens niet-ondernemerschap directeur-grootaandeelhouder na arrest Van der Steen
Eiseres, een belastingadvieskantoor, bracht in haar aangifte over december 2007 de omzetbelasting op de aankoop van een auto door haar directeur-grootaandeelhouder (dga) als voorbelasting in aftrek. Verweerder legde een naheffingsaanslag op omdat de dga sinds het arrest Van der Steen van 18 oktober 2007 geen ondernemer meer is voor de omzetbelasting. De rechtbank overweegt dat het arrest Van der Steen ex tunc werkt, waardoor de dga nimmer ondernemer is geweest voor de omzetbelasting.
De rechtbank oordeelt dat het rechtszekerheidsbeginsel niet is geschonden door verweerder, omdat het eerdere ondernemerschap van de dga niet op nationaal of Europees recht was gebaseerd maar op het beginsel van rechtszekerheid dat met het arrest Van der Steen is gestuit. Het Besluit van 21 december 2007 van de staatssecretaris, waarin het niet-ondernemerschap van dga’s vanaf 18 oktober 2007 is bevestigd, heeft terugwerkende kracht en is relevant voor de beoordeling.
Eiseres’ beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat het arrest Van der Steen en het daarop gebaseerde Besluit duidelijk maken dat de dga sinds 18 oktober 2007 geen ondernemer meer is. De naheffingsaanslag en de heffingsrente zijn daarom terecht opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting over december 2007 is terecht opgelegd omdat de dga sinds het arrest Van der Steen geen ondernemer meer is.