ECLI:NL:HR:2012:BU7242
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen ondernemerschap directeur-grootaandeelhouder voor omzetbelasting
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit X1 en X2 B.V., had over het vierde kwartaal van 2007 omzetbelasting voldaan en verzocht om teruggaaf. De Inspecteur wees dit verzoek gedeeltelijk af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank. De Rechtbank oordeelde dat noch X1, noch de fiscale eenheid ondernemer was in de zin van de Wet op de omzetbelasting, waardoor de belasting niet verschuldigd was en kende een hogere teruggaaf toe.
De Minister van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Hoge Raad overwoog dat het arrest Van der Steen van het Hof van Justitie EU bepaalt dat een directeur-grootaandeelhouder die werkzaamheden verricht op basis van een arbeidsovereenkomst met zijn vennootschap niet als ondernemer in de zin van de Zesde richtlijn en de Wet OB kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de Minister en bevestigde dat het unierechtelijke vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel niet meebrengt dat een nationaal bestuursorgaan een belastingvordering kan instellen zonder grondslag in nationaal recht. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en bevestigde het oordeel van de Rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.