ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand wegens strijd met motiveringsvereiste en bestuurlijke lus
De zaak betreft een beroep tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Den Haag over bijzondere bijstand voor kosten van rechtshulp in een vreemdelingenprocedure. De rechtbank verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat het besluit een onjuiste wettelijke grondslag had, namelijk artikel 15 Wwb Pro, en dat sprake was van een bestuurlijke lus.
Verweerder heeft in een brief betwist dat het besluit een gebrek bevat, maar erkent dat het beleid niet op artikel 15 Wwb Pro kan steunen. De rechtbank oordeelt dat het besluit een motiveringsgebrek bevat omdat de motivering niet is aangepast en dat het beroep gegrond is. Verweerder heeft vervolgens de bijzondere bijstand toegekend, maar met een beleidsmatige korting, wat volgens de rechtbank binnen de beoordelingsruimte van verweerder valt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit over bijzondere bijstand wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsvereiste, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.