ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen inreisverbod van tien jaar wegens toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, werd in 2007 tot ongewenst vreemdeling verklaard en kreeg later een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De rechtbank stelt vast dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is, hetgeen in eerdere uitspraken onherroepelijk is vastgesteld. De door eiser ingebrachte documenten en verklaringen worden niet als nieuwe feiten (nova) beschouwd en rechtvaardigen geen hernieuwde beoordeling.
De rechtbank beoordeelt verder of ondanks artikel 1F verblijf kan worden toegestaan. Hoewel artikel 3 EVRM Pro zich tegen uitzetting naar Afghanistan verzet, voldoet eiser niet aan het duurzaamheidsvereiste omdat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verblijf in een derde land onmogelijk is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen sprake is van een vergelijkbare situatie met andere personen die verblijf kregen.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) wordt verworpen. Verweerder heeft een fair balance gemaakt tussen het belang van eiser en de bescherming van de openbare orde. Het opgelegde inreisverbod van tien jaar wordt niet als disproportioneel beoordeeld ondanks de langdurige verblijfsduur van eiser in Nederland zonder verblijfsvergunning. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het inreisverbod van tien jaar wordt ongegrond verklaard.