ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens onvoldoende bewijs van verzwegen inkomsten
Eiser, directeur van een omroeporganisatie, werd in 2007 op staande voet ontslagen en onderzocht wegens vermeende steekpenningen van producenten die niet als inkomen waren aangegeven. Verweerder legde navorderingsaanslagen op voor de jaren 2004-2007, gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek en documenten zoals kladbriefjes en verklaringen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat eiser de navorderingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Hoewel verweerder zich beroept op omkering van de bewijslast, beoordeelt de rechtbank de feiten en omstandigheden zelf. Voor een deel slaagt verweerder erin aan te tonen dat eiser inkomsten heeft genoten, zoals een bedrag van € 12.500 van een producent H.
Echter, voor andere bedragen, waaronder € 38.740 van producent K en € 45.000 van T, is het bewijs onvoldoende overtuigend. De verklaringen en documenten zijn niet concreet of worden door eiser gemotiveerd weersproken. Ook het verzoek tot interne compensatie wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank vermindert daarom de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van € 267.501 en past de heffingsrente dienovereenkomstig aan. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en deze uitspraak treedt in de plaats daarvan. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2005 is verminderd tot een belastbaar inkomen van € 267.501 wegens onvoldoende bewijs van verzwegen inkomsten.