ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag wegens niet aannemelijk gemaakte verzwegen inkomsten
Eiser, voormalig directeur van een omroeporganisatie, werd in 2007 op staande voet ontslagen en onderzocht wegens het aannemen van steekpenningen. Verweerder legde navorderingsaanslagen op omdat eiser deze inkomsten niet had aangegeven. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiser een deel van de inkomsten van een derde heeft genoten, maar niet alle bedragen kunnen worden toegerekend aan verzwegen inkomen.
De rechtbank stelt vast dat de bewijslast voor de navorderingsaanslag en de omkering daarvan bij verweerder ligt, maar dat dit op dezelfde feiten berust. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser € 17.736 als inkomen heeft genoten, maar verwerpt de overige bedragen wegens onvoldoende bewijs of tegenbewijs van eiser.
De navorderingsaanslag wordt daarom verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 150.690. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 150.690 wegens onvoldoende bewijs van volledige verzwegen inkomsten.