ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen afzonderlijke financiering huishoudelijke verzorging vanuit AWBZ bij verblijf buiten AWBZ-instelling
Eiseres was geïndiceerd voor de AWBZ-functie Verblijf en ontving daarnaast huishoudelijke verzorging via de Wmo. Verweerder wees een aanvraag voor huishoudelijke verzorging af omdat deze volgens hem was verdisconteerd in de AWBZ-indicatie Verblijf. Eiseres woonde echter niet in een AWBZ-instelling, waardoor de functie Verblijf niet als zorg in natura kon worden verzilverd.
De rechtbank overwoog dat het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) geen aparte indicatie voor huishoudelijke verzorging afgeeft en dat financiering van huishoudelijke verzorging binnen de AWBZ alleen mogelijk is door de gehele indicatie om te zetten in een persoonsgebonden budget (Pgb). Van eiseres kon niet worden verlangd deze keuze te maken vanwege haar recht op keuzevrijheid en de administratieve lasten.
Verder oordeelde de rechtbank dat huishoudelijke verzorging binnen de woonvoorziening niet als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd en dat het verblijf niet als zelfstandig wonen kan worden aangemerkt, zodat de Wmo-voorziening niet kan worden geweigerd op die grond.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat eiseres recht heeft op huishoudelijke verzorging voor vier uur per week over de relevante periode. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarbij huishoudelijke verzorging wordt toegekend voor vier uur per week.