ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep nareis pleegkinderen wegens onjuiste gezinsbandbeoordeling
Eiseressen, pleegdochters van de referent en biologische kinderen van zijn verdwenen zuster, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan. Verweerder wees deze af omdat eiseressen volgens hem tot het gezin van de grootouders behoorden en niet tot dat van de referent, en omdat er geen toestemmingsverklaring van de moeder was.
De rechtbank stelde vast dat het peilmoment 25 november 2008 is, het moment van vertrek van de referent uit Somalië. Verweerder had onterecht de situatie uit 2002 als uitgangspunt genomen en onvoldoende rekening gehouden met de gewijzigde gezinssituatie na het huwelijk van de referent in 2003, waarbij hij een eigen gezin vormde en de zorg over zijn ouders en pleegkinderen droeg.
Verder oordeelde de rechtbank dat het ontbreken van een toestemmingsverklaring van de moeder niet tegen eiseressen kan worden gehouden, omdat de moeder onvindbaar is en het Rode Kruis geen actie onderneemt wegens onbekend adres. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de moeder niet onvindbaar zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 17 september 2012 en bepaalde dat verweerder opnieuw moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiseressen toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvragen wordt vernietigd.