ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging subsidierelatie preventief jeugdbeleid na beleidswijziging provincie Zuid-Holland
Eiser, een plusregio bestaande uit meerdere gemeenten, ontving subsidie van verweerder op basis van een meerjarige bestuursovereenkomst voor preventief jeugdbeleid. Verweerder besloot na afloop van deze overeenkomst per 1 januari 2013 geen nieuwe subsidierelaties aan te gaan vanwege een beleidswijziging gekoppeld aan de transitie van jeugdzorg en wettelijke verantwoordelijkheden.
Eiser stelde dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zijn beleidsvrijheid handelde en dat de beëindiging gebaseerd was op gewijzigde inzichten conform artikel 4:51 Awb Pro. De redelijke termijn van ruim negen maanden was voldoende om de gevolgen van beëindiging op te vangen.
Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat de subsidieverlening van meet af aan tijdelijk was en er geen gerechtvaardigd vertrouwen op voortzetting bestond. Ook het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de verschillende behandeling van plusregio’s en andere regio’s gerechtvaardigd was door de inachtneming van redelijke termijnen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af. Het vonnis werd uitgesproken op 22 februari 2013 door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de subsidierelatie voor preventief jeugdbeleid wordt ongegrond verklaard.