ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij afwijzing huisvestingsvergunning woonwagenstandplaats
Verzoekster had een huisvestingsvergunning aangevraagd voor bewoning van een woonwagen op een standplaats in Gouda, welke door het college van burgemeester en wethouders werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep op de hardheidsclausule niet kansloos is en het besluit niet evident rechtmatig is.
De rechter stelt vast dat het besluit van 10 januari 2013 als een nieuw primair besluit moet worden gezien en dat het bezwaar terecht naar verweerder wordt teruggezonden. Verzoekster mag in afwachting van de bezwaarbeslissing in de woonwagen blijven wonen, waarbij bestuursdwang en ontruiming niet zijn toegestaan. De voorlopige voorziening geldt tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
Verzoekster onderbouwde haar beroep op de hardheidsclausule met brieven van hulpverleners die de noodzaak van een stabiele woonsituatie voor haar en haar zoon benadrukken. De voorzieningenrechter legt de nadruk op de noodzaak voor verweerder om het bezwaar zorgvuldig te behandelen met aandacht voor deze omstandigheden. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de huisvestingsvergunning wordt geschorst en verzoekster mag voorlopig in de woonwagen blijven wonen.