ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering vestigingsalternatief Kinshasa
Eiser, afkomstig uit Zuid-Kivu in de Democratische Republiek Congo en lid van de Banyamulenge bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees dit verzoek af op grond van de Vreemdelingenwet 2000, onder meer omdat eiser zijn paspoort niet kon overleggen en zijn asielrelaas onvoldoende positieve overtuigingskracht zou hebben. Tevens stelde verweerder dat er een veilig vestigingsalternatief in Kinshasa zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht artikel 31, tweede lid, onder f, Vw heeft toegepast vanwege het ontbreken van het paspoort en de onvoldoende samenhang in het asielrelaas. Echter, verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat er daadwerkelijk een veilig vestigingsalternatief in Kinshasa bestaat, mede gelet op recente UNHCR-berichten die terughoudendheid adviseren bij terugkeer naar de Kivu-provincies.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten ten bedrage van €944,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van het vestigingsalternatief in Kinshasa.