ECLI:NL:RVS:2014:458
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vestigingsalternatief vreemdeling in Kinshasa onvoldoende gemotiveerd
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 3 augustus 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De staatssecretaris voerde aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zijn motivatie over het vestigingsalternatief in Kinshasa ondeugdelijk was. De Raad van State overwoog dat het enkele feit dat de vreemdeling recentere stukken overlegde dan de ambtsberichten waarop het beleid is gebaseerd, niet automatisch betekent dat het standpunt van de staatssecretaris ondeugdelijk is. De UNHCR-brief van november 2012 bood geen voldoende onderbouwing om het beleid te wijzigen.
De Raad stelde vast dat de stukken die de vreemdeling aanvoerde betrekking hadden op andere regio's en bevolkingsgroepen dan waarop het vestigingsalternatief betrekking had. De Raad verwierp de beroepsgrond en verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.