ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs onjuiste gegevens en onduidelijke motivering risico terugkeer
Eisers, van Afghaanse nationaliteit, kregen hun verblijfsvergunningen ingetrokken door verweerder vanwege vermeende onjuiste gegevens en het vervallen van de grond voor verlening. De intrekking was mede gebaseerd op twijfel over de identiteit van de (schoon)vader van eisers, die meerdere identiteiten zou voeren. Verweerder stelde dat hierdoor ook geen geloof gehecht kon worden aan de identiteit van eiser en eiseres.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet had voldaan aan de bewijslast om aannemelijk te maken dat onjuiste gegevens waren verstrekt of achtergehouden, zoals vereist op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Daarnaast was de motivering van verweerder dat eiseres zich bij terugkeer naar Afghanistan aan traditionele normen zou moeten aanpassen en dat zij daardoor geen reëel risico zou lopen, onvoldoende. Verweerder had de verklaringen van eiseres hierover niet betrokken bij zijn besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat eiseres door haar langdurig verblijf in Nederland een westerse levensstijl had aangenomen en dat het van haar niet gevergd kon worden zich aan te passen aan traditionele Afghaanse normen. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat zij bij terugkeer geen reëel risico liep in de zin van artikel 3 EVRM Pro. De beroepen werden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekkingsbesluiten van de verblijfsvergunningen van eisers wegens onvoldoende bewijs en onvoldoende motivering.