ECLI:NL:RVS:2012:BW4295
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel wegens artikel 1(F) en toetsing richtlijnimplementatie
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit van 24 april 2006 van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie tot intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd vernietigde. De rechtbank had het besluit getoetst aan artikel 12, tweede lid, van richtlijn 2004/83/EG, terwijl de implementatietermijn van deze richtlijn op dat moment nog niet was verstreken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte deze richtlijnbepaling heeft betrokken bij de toetsing van het besluit, omdat de implementatietermijn pas op 10 oktober 2006 verstreken was en er geen nationale maatregel was die de richtlijn verving. Tevens bevestigt de Afdeling dat de minister terecht aannemelijk heeft gemaakt dat de vreemdeling onder artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag valt, gelet op ambtsberichten en eerdere jurisprudentie.
Verder wordt geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, en dat artikel 8 EVRM Pro in deze procedure geen rol speelt. Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep van de vreemdeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en het vonnis van de rechtbank vernietigd.