ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6097
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsmarktaantekening bij verblijfsvergunning voortgezet verblijf strijdig met discriminatieverbod
Eiseres heeft een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf met de arbeidsmarktaantekening dat arbeid alleen is toegestaan indien de werkgever beschikt over een tewerkstellingsvergunning (TWV). Zij betoogt dat deze beperking discriminerend is en strijdig met artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro, omdat vreemdelingen met een eerdere medische vergunning strenger worden behandeld dan vreemdelingen met een andere eerdere vergunning.
De rechtbank stelt vast dat het onderscheid voortvloeit uit artikel 4, lid 2, onder b, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en dat de motivering van verweerder voor dit onderscheid onvoldoende is. Verweerder heeft niet objectief en redelijk onderbouwd waarom een vreemdeling met een eerdere medische vergunning nog drie jaar beperkt zou moeten worden in arbeidsmarkttoegang terwijl anderen deze beperking niet hebben.
De rechtbank oordeelt dat het besluit in strijd is met artikel 7:12 Awb Pro wegens onvoldoende motivering en dat de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand kunnen blijven zolang het gebrek niet is hersteld. Verweerder wordt opgedragen binnen drie weken te motiveren welke rechtvaardiging bestaat voor het onderscheid. Het onderzoek wordt heropend en verweerder krijgt gelegenheid het gebrek te herstellen. Het hoger beroep kan alleen samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de arbeidsmarktaantekening onvoldoende is gemotiveerd en draagt verweerder op binnen drie weken de rechtvaardiging te motiveren.