ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging vrijheidsontnemende maatregel aan asielzoekster op Schiphol
Eiseres werd op 21 februari 2013 op Schiphol de verdere toegang tot Nederland geweigerd en werd tegelijkertijd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zij gaf aan asiel te willen aanvragen, waardoor de Opvangrichtlijn van toepassing was. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet voorafgaand aan de maatregel is gehoord, terwijl bijzondere individuele omstandigheden, zoals het vermoeden van mensenhandel, daartoe aanleiding gaven.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat het grensbewakingsbelang zwaar weegt, maar dat bijzondere omstandigheden kunnen maken dat vrijheidsontneming niet gerechtvaardigd is. De rechtbank concludeert dat eiseres vooraf de mogelijkheid had moeten krijgen om dergelijke omstandigheden naar voren te brengen, conform artikel 4:8, eerste lid, Awb.
Omdat deze hoorplicht niet is nageleefd, is de oplegging van de maatregel in strijd met de wet. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de maatregel, en kent eiseres een schadevergoeding toe van €1.120,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt onmiddellijk opgeheven en eiseres ontvangt een schadevergoeding van €1.120,--.