ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6600
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen aanvraag verblijfsvergunning wegens niet betaling leges
Eiseres vroeg verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, maar verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling wegens niet betaling van de leges. Eiseres betwistte de ontvangst van de acceptgiro en aanmaning, maar verweerder maakte aannemelijk dat deze stukken naar het juiste adres zijn verzonden.
De rechtbank toetste het besluit aan de relevante bepalingen uit de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht. Volgens vaste rechtspraak moet het bestuursorgaan aannemelijk maken dat stukken zijn verzonden bij niet aangetekende verzending, waarna de ontvanger feiten moet stellen die ontvangst betwijfelen.
Verweerder toonde aan dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de stukken op de juiste data en adressen heeft verzonden, met een geautomatiseerd en gecontroleerd proces. De enkele ontkenning van eiseres volstaat niet om het ontvangstvermoeden te weerleggen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de leges niet zijn voldaan en de verzending van acceptgiro en aanmaning aannemelijk is gemaakt.