ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6770
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing restitutie leges verblijfsvergunning zonder nieuw feit
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht om restitutie van betaalde leges voor diverse aanvragen tot verblijfsvergunningen. Verweerder wees dit verzoek af met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd omdat verweerder niet is ingegaan op bezwaren over schending van EU-recht, het EVRM en het Handvest.
De rechtbank onderzoekt vervolgens of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven en oordeelt dat het toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van 2 september 2011 geen nieuwe beperking vormt in de zin van het Besluit 1/80. Eiser had in eerdere procedures rechtsmiddelen kunnen aanwenden maar heeft dit niet gedaan, ook niet na relevante jurisprudentie van het HvJEU.
Het beroep op het doeltreffendheidsbeginsel en het ontbreken van hoor en wederhoor faalt, evenals de stelling dat bezwaar zinloos was. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het verzoek om restitutie heeft afgewezen en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van restitutie van leges wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.